Forbes Papegaaiamadine


Erythrura tricolor

Er worden geen ondersoorten beschreven.

De forbes papegaaiamadine komt het beste tot zijn recht in een ruime vlucht of volière. In kleine broedkooien worden door hun drukke karakter niet vaak broedsuccessen behaald. De volière mag ook niet te druk bevolkt zijn omdat ze dan onvoldoende rust vinden. Ze gaan bij de minste afleiding van het nest af en gaan pas terug als de rust is wedergekeerd. Natuurbroed is prima mogelijk bij deze soort. Ze vertonen geen agressief gedrag naar andere soorten en zijn wat minder dominant aanwezig dan de driekleur- en roodkop papegaaiamadine. De verschillende soorten papegaaiamadines mogen nooit bij elkaar in een volière omdat er gemakkelijk bastaardering optreedt. De kleurdiepte van de pop is veel minder intens en dan met name vooral het blauw op de borst. Ook de rode kleur van de stuit en staart is minder diep als bij de man. Qua prijsklasse zitten ze net wat hoger dan de driekleur- en roodkoppapegaaiamadine.

Ringmaat: 2,7

Voor het eerst beschreven door: Vieillot, 1817

Deze soort komt voor op een aantal eilanden van de eilandengroep Grote Soenda eilanden. Timor, Tanimbar, Wetar, Babar, Damar en Romang. Ze leven aan de randen van eucalyptus- en bamboebossen en voeden zich met gras- en bamboezaden. De populatie in de natuur wordt niet bedreigd en de populatietrend wordt als stabiel beschouwd.

Nederlands: Forbes Papegaaiamadine, Blauwgroene papegaaiamadine

Engels: Tricoloured Parrotfinch, Sunda Parrotfinch, Tanimbar Parrotfinch, Timor Parrotfinch

Duits: Forbes Papageiamadine

Spaans: Diamante Tricolor, Pinzón Loro Tres Colores

                           Kweker Jo Verhaar

                           © Henk de Vos

                              © S. Flapper Mutatie Aqua

                                 © S. Flapper 2 jonge vogels mutatie Aqua

                                © S. Flapper middelste vogel wildkleur, buitenste vogels mutatie Aqua

                                 © S. Flapper pop links, de man rechts

                                                                © Henk Linschoten