Dwergrietvink


Lonchura castaneothorax sharpii

Dit betreft een ondersoort van de bruinborstrietvink. De dwergrietvink is op veel punten duidelijk te onderscheiden van de bruinborstrietvink en daardoor goed als ondersoort behouden voor avicultuur. Deze is lichter grijs op de kop, heeft zwarte wangen waar de bruinborstrietvink bruine wangen heeft. De buik is wit waar de meeste bruinborstrietvinken in avicultuur een cremekleurige buik hebben. Verder is de staart donkerbruin terwijl de bruinborstrietvink een strogele staart hebben. Het geslachtsonderscheid is bij de dwergrietvink wat makkelijker doordat de poppen donkerder grijs zijn boven op de kop.

Ringmaat: 2,7

De dwergrietvink is iets moeilijker te kweken dan de bruinborstrietvink en derhalve ligt de aanschafprijs ook iets hoger. Het is van belang om een koppel aan te schaffen welke uit dezelfde situatie komt als waar je ze zelf in wilt gaan kweken. Vogels die opgegroeid zijn in een grote volière blijven in een kweekkooi vaak lange tijd onrustig. Zoals met alle Lonchurasoorten kun je maar 1 soort ervan kiezen voor een gezelschapsvolière want ze bastaarderen erg makkelijk. Verder kunnen ze bij alle soorten samen gezet worden. Het zijn zeer sociale vogels welke niet dominant aanwezig zijn.

                           © S. Flapper

                            © S. Flapper

                            © S. Flapper

                                © S. Flapper

                           © S. Flapper